dinsdag 9 april 2013

76. Verschil moet er zijn of niet soms?


Stel je voor, dat alles en iedereen hetzelfde was... saai! Het is veel leuker als er ook een paar verschillen zijn. En dan heb ik het nu eens niet over die zogenaamde verschillen tussen man en vrouw, waar iedereen het altijd over heeft. Dat zijn maar bekrompen bedenksels. Nou ja, er zijn misschien wat onbeduidende fysieke dingetjes, maar meer is er echt niet. Ik bedoel dus vooral: stel je voor, dat alle mannen hetzelfde waren. Of alle vrouwen. Of alle appels en peren. Of alle nagels. Saai! Er blijft een wereld van verschil voor ons open gaan, zolang niet alles en iedereen op elkaar lijkt. En stel je ook eens voor, dat alle muziek hetzelfde was. Dan zou elke muziekliefhebber maar één en hetzelfde singletje hebben, dat je altijd en overal zou moeten horen. Nog veel saaier! Of hebben de bij mij inwonende muziekmakers daar een andere mening over? 

John Martyn vindt het allemaal een pot nat (Same difference) en ook Etta James vraagt zich af of het enig verschil maakt: Would it make any difference to you. Jonathan Richman weet zeker dat het nu allemaal anders gaat worden: This romance will be different for me. De Screaming Trees denken dat een andere stand van de planeten onze dagen gaan beïnvloeden: Other days and different planets.

Neil Young ziet het helemaal anders (Differently) en Cannonball Adderley ziet het ietsje anders: Something different. Astor Piazzolla wijst op de tegenstellingen (Contrastes) en Salif Keita ontdekt ook het verschil: La Difference. Voor Dinah Washington is geen dag hetzelfde: What a difference a day makes.

Verschil of niet, Alton Ellis vindt het toch altijd hetzelfde liedje: Same song. The Band maakt het allemaal niets uit (It makes no difference) en Moby Grape ontkent in alle toonaarden: Indifference. Dr. Dre vraagt zich af wat dat verschil dan wel is (What's the difference) en Everything but the girl helpt hem snel uit de droom: No difference.

Joe Jackson (man) vindt dat het voor meisjes toch anders is...


maandag 8 april 2013

75. Muziek als tweede natuur



Het is maar vreemd gesteld met de natuur om ons heen. Het ene moment vriest alles aan elkaar en voor je het weet is het allemaal weer ontdooid. En met de menselijke natuur is het van hetzelfde laken een pak. Het ene moment is er nog sprake van vuur en vlam en voor je het weet slaat de kou je om het hart. Want Moeder Natuur is wreed en meedogenloos. Voor dier en plant, maar ook voor ons, arme mensen. Zeker als ze hand in hand door het leven gaat met Vadertje Tijd. Dan is er geen ontkomen meer aan. Om het nog eens extra ingewikkeld te maken hebben we bovendien regelmatig last van onze tweede natuur. Als die de kop opsteekt, gebeurt er iets dat je niet meer in de hand hebt. Dat gaat helemaal vanzelf. Luister maar eens wat voor nieuwe inzichten dat oplevert. 

John Coltrane (Nature boy), Ike Quebec (Nature boy) en Johnny Hartman (Nature boy) zijn van die typische, ruige natuurjongens. De Beatles zingen enthousiast dat ze echte nazaten van Moeder Natuur zijn: Mother nature's son. Sharon Jones (Natural born lover) en Stevie Ray Vaughan (Natural born lover) zijn ook fanatieke natuurliefhebbers.

Teresa Cristina houdt erg van de natuurlijke liefde (Amor à natureza) en dat vinden de Doobie Brothers iets heel natuurlijks: (Natural thing). Volgens Loudon Wainwright gaat dit tot een natuurramp leiden (Natural disaster), maar Aretha Franklin snapt het best, want zij is nu eenmaal een Natural woman. Neil Young is dan ook dol op haar puur natuurlijke schoonheid: Natural beauty.

Voor Bob Marley is de natuur een groot mysterie (Natural mystic) en Ryan Adams ziet de natuur als een geest: Natural ghost. Nick Cave vindt de natuur echt sùper: Supernaturally. Bill Callahan takelt al wat af, maar dat is volgens hem best wel natuurlijk: Natural decline. Miles Davis denkt dat de natuur ook haar menselijke kanten heeft: Human nature.

Donald Fagen en Walter Becker zijn schaamteloos anti-natuur,
maar dat durven ze alleen als ze met z'n tweeën zijn:








zondag 7 april 2013

74. Bonobo geeft de zon een duwtje in de rug



Bonobo is niet alleen de aaibare naam van een vriendelijke mensaap, maar ook de speelse artiestennaaam van Simon Green. Een Britse muzikant, triphop-producer en dj. Hij combineert spannende, vette samples met repeterende gitaar- en zware baslijnen, doet er wat percussie bij plus hier en daar wat zwoele jazzklanken en het eindresultaat is meer dan aanstekelijk. Zojuist is er een nieuwe Bonobo verschenen (The North Borders). En het is weer een uiterst geslaagde poging om een relaxte sfeer van zon, zee, strandtent en heel veel kleurrijke cocktails te creëren. Dus Simon Green mag nu best even prominent uit mijn digitale, muzikale kast komen.

Na het uitbrengen van zijn debuutalbum Animal Magic (2001) werd er door diverse labels aan Simon Green getrokken, maar hij besloot gewoon bij het Londense label Ninja Tune te blijven. Een prettig eigenzinnig label overigens, waar bijvoorbeeld ook muzikanten als Fink en Andreya Triana onderdak hebben gevonden. Ze leveren met hoorbaar plezier bijdragen aan elkaars werk. En soms staan ze gezellig samen op het podium:


Maar goed, terug naar de man om wie het hier draait, Simon Green aka Bonobo. Na Animal Magic is er uiteraard nog het een en ander van hem verschenen, anders had hij vandaag geen eervolle plaats in mijn blog verdiend. En ook al wordt hem door sommigen wel eens verweten, dat hij zich niet vernieuwt... alsjeblieft niet zeg. Nergens voor nodig. Het is en blijft spannend. En gaat nooit (?) vervelen. Luister zelf maar:

Animal Magic (2001) - The plug
Sweetness (2002, bootleg) - Dismantling Frank
It Came From the Sea (2005) - Recurring
Live Sessions (2005, ep) - The Plug
Days To Come (2006) - Walk in the Sky
Dial M for Monkey (2009) - Noctuary
One-Offs, Remixes and B-sides (2010) - Magicman
Black Sands (2010) - The keeper
The North Borders (2013) -
Emkay

En dan is er ook nog de prachtige DVD Live at Koko (2009)
met als gastzangeres Kathrin DeBoer van Belleruche:


zaterdag 6 april 2013

73. Met koud kun je alle kanten op

Koud hè? Goeie vraag wel, maar wat moet je ermee? Want hoezo koud? Is het koud? Heeft de ander het koud? Staat hij koud? Last van koud zweet? Gaat het om iemand van de aangetrouwde kant ("Ja, dat is een kouwe hoor")? Of is het misschien een kermis, waar iemand net van thuiskomt? Je weet het niet, want met koud kun je alle kanten op. Dat is eigenlijk ook het leuke van koud. Het past bij een heleboel. Er is zelfs een koude bakker (een luie broer van de warme). Ook leuk: van wat de één koud vindt, kan de ander het juist warm krijgen. En andersom: als iemand het te warm heeft, kun je hem of haar ook gewoon koud maken. Maar de kans is groot dat deze flauwe onzin je gewoon koud laat (wat ik trouwens best begrijp). Dus schakelen we nu over naar al die heerlijk warmhartige muziekvrienden in mijn digitale platenkast. Kijken wat zij ervan vinden. 

De Kings of Leon hebben ervaren dat het in de woestijn ook behoorlijk koud kan zijn (Cold desert), maar dat is nog niets vergeleken bij wat Johnny Shines ontdekt heeft: So cold in Vietnam. Voor T-Bone Walker (Cold, cold feeling) en Ry Cooder (Cold cold feeling) is het koud voor twee. En The Outlaws (Cold and lonesome) en Jimmy Reed (Cold and lonesome) hebben het meer dan koud alleen.

Adele heeft geen frozen shoulder, maar een Cold shoulder (ook niet fijn) en Tony Joe White heeft last van Cold fingers, wat niet lekker is als je nog gitaar moet spelen. James Brown is zo hard aan het werk als hardst werkende man in de showbusiness, dat het koude zweet hem uitbreekt: Cold sweat. Voor Little Feat staat het vast; het is gewoon drie keer koud: Cold cold cold.

Bill Callahan doet een ijskoude ontdekking (Cold discovery) en Paul Weller heeft ook zo zijn wat minder warme ogenblikken: Cold moments. Tom Waits verduidelijkt op transparante wijze het verschil tussen warm en koud: Warm beer and cold women. En Pete Murray is gezellig naar de Miss Koud 2013 verkiezing geweest: Miss Cold.

                          Lyle Lovett wil haar eerst goed inpakken voor hij naar buiten gaat: 
Kun je dit filmpje niet direct openen? Klik dan hier

vrijdag 5 april 2013

72. Hé, wat is dat daar voor een gekje?


We kunnen niet allemaal even slim zijn, hoor je wel eens iemand zeggen. Dat is maar al te waar natuurlijk. Welbeschouwd is de een nog gekker dan de ander. Het blijft verbazingwekkend hoe weinig gewone, normale, beschaafde mensen er zijn. Op een enkele, zeer sporadische uitzondering na is er eigenlijk aan de meeste soortgenoten wel een behoorlijk steekje los. Meestal zie je dat al meteen. Dat zijn de gekjes die een uurtje los mogen op koopzondagen en voorjaarsmarkten. En soms moet je even wachten voor het verborgen gekje naar buiten komt. Dat is best spannend, maar dan heb je ook wat. Dat zijn de mooiste exemplaren. De gekjes in disguise. Wedden dat jij er ook een paar kent (vooral op je werk en vaak spelen ze daar de baas over je). De muzikanten (m/v) in mijn digitale platencollectie weten in ieder geval meteen over wie ik het heb... 

The Eagles vinden een bepaald soort dwaas er duidelijk uit springen (Certain kind of fool), maar voor de Black Crowes is dwaas gewoon dwaas: Only a fool. James Carr wil best zelf eens de dwaas uithangen (A fool for you), waarop Tim Buckley enthousiast roept "Moet je nou toch 's kijken wat een gekje": Look at the fool. Elmore James geeft toe dat hij er zelf ook ooit een was: I was a fool.

Sandy Denny denkt dat liefde je gek maakt (Love made a fool of you), terwijl J.J. Cale juist denkt dat dat nu eenmaal het noodlot van elk gekje is: Fate of a fool. The Clovers hebben zelf voor gekje gespeeld (I played the fool) en Ry Cooder ziet in iedere getrouwde man iets abnormaals: Married man's a fool. Volgens Robert Cray kan een raar iemand ook best aardig zijn: Nice as a fool can be.

Aretha Franklin ontdekt een hele sliert vol gekken (
Chain of fools), de Jayhawks zien ze door de stad paraderen (Fools on parade) en Los Lobos denkt dat je er een rivier mee kunt dempen: River of fools. Inara George (Fools in love) en Frankie Miller (A fool in love) zien liefdesgekken. Anna & Kate McGarrigle roepen in koor: "Wat ben jij toch een stommie, gekje!": Foolish you.

Volgens Randy Newman kun je een dikke man niet gek maken (
You can't fool the fat man), maar Steely Dan bestrijdt dat ten stelligste: Only a fool would say that. Joss Stone zit zoals wel vaker in de slachtofferrol (Victim of a foolish heart), terwijl Little Walter er gewoon eerlijk voor uitkomt, dat hij een beetje een dwaas is: Just your fool.

John Cale schrikt zich een hoedje. Er komt een schip volgeladen met gekjes binnen:





donderdag 4 april 2013

71. Hoe zou het toch gaan met... Lee Clayton?



Hij moet het niet echt van zijn stem hebben, want zo bijzonder is die nu ook weer niet. Net als bijvoorbeeld Lou Reed is het meer een soort declameren, een beetje zeurderig en nasaal. Hij is ook niet zo'n gitaarwonder. En hij heeft maar een klein oeuvre, van een nogal wisselend niveau. Zijn eerste en laatste album bijvoorbeeld zijn zeker niet om over naar huis te schrijven. Die andere vier echter...
Dit stukje gaat dus over Lee Clayton. Geboren in 1942 en still alive. Maar muzikaal al enige jaren niet meer kicking. Hij had in 1972 een eerste succesje met Ladies Love Outlaws. Overigens niet in zijn eigen uitvoering (deze dus), maar in die van Waylon Jennings, zoals hier te horen. Daarmee was de variant "outlaw country" geboren. In 1973 verscheen zijn eerste elpee "Lee Clayton" waar hij zelf ook niet zo blij mee was. En terecht. Dus die laten we lekker in de hoes zitten.


Zijn tweede, Border Affair in 1978, werd juichend ontvangen door de critci, maar bleef onopgemerkt bij het grotere publiek. Jammer, want heel goed. Luister maar naar Silver Stallion.


Meer succes had Naked Child in 1979. Hij ging op wereldtoernee, zijn optredens werden uitstekend ontvangen en ook zijn single "I Ride Alone" (van dezelfde plaat) trok de aandacht. 


Maar daarmee was de koek wel een beetje op. In 1981 verscheen zijn laatste studio album (The Dream Goes On) met o.a. Industry. Hierna voegde Clayton de daad bij het woord. Hij bleef jarenlang doordromen...

...tot er in 1990 uit het niets een nieuw live-album verscheen. De opnamen waren twee jaar eerder in Oslo gemaakt, maar Another Night (met een paar nieuwe nummers) is wel zeer de moeite waard, zoals Like a diamond.


In 1994 was Lee Clayton er nog één keer, met "Spirit of the Twilight". Zo overbodig dat ik maar niet in dit rijtje opneem. En tegenwoordig horen we niets meer van hem. Er kwam nog een aardige ontboezeming in 2008 (We the people), maar verder bleef het stil. Dus maar een stukje live uit 1980:

woensdag 3 april 2013

70. Zie je het nog wel zitten?

Zie je het eigenlijk nog wel zitten? Waar? Ah, ik zie het al... ja, daar zit wel iets in. Wat dan? Rondo's, van die vieze, roze koeken. Nee, laat maar zitten. Zo bedoel ik het niet. Wat dan wel? Nou, ga er maar eens even voor zitten. Want ik zit met een probleem. En dan zal ik je precies vertellen hoe het zit. Zit ik zo goed? Nee, zit nou eens stil. Nu is het net of je op hete kolen zit. En je hoeft niet mooi te zitten, als je maar goed zit. Zit me toch niet zo te plagen. Schiet effe op ja. Ik zit hier maar te zitten. En ik zit er helemaal doorheen. Maar waar zit je dan mee? Kijk, het zit zo... Ik zie je wel zitten. Hoe zit dat bij jou? Zie je mij ook wel zitten? Of zit ik er helemaal naast? Jammer, maar ach, soms zit 't mee, soms zit 't tegen. En hoe zit het eigenlijk met de rest? Blijven die nu overal mee zitten?

Nou, het heeft Eddie Taylor wel aan het denken gezet: Sittin' here thinking. Moby Grape (Sitting by the window) en de Five Tinos (Sitting by my window) zijn er speciaal voor bij het raam gaan zitten. En Alton Ellis heeft zich teruggetrokken op een bankje in het park: Sitting in the park.

Angie Stone sommeert hem te gaan zitten (Sit down), maar Stephen Stills peinst er nog niet over: Sit yourself down. Buffalo Springfield ziet liever dat zijzelf even gaat zitten (Sit Down, I Think I Love You), terwijl Toots and the Maytals meteen doen wat hen gevraagd wordt (Sit right down). Whiskeytown blijft wat rondhangen (Sittin' around) en Richard Thompson vindt alles best alles we maar niet op zijn accordeon gaan zitten: Don't Sit On My Jimmy Shands.

Radiohead heeft ontdekt hoe leuk een stoelendans is (Sit down, stand up), maar Frank Sinatra vindt daar dus helemaal niets aan: I'm gonna sit right down. Illinois Jacquet wil best meedoen, als hij er ook wat lawaai bij mag maken: Sittin' and rockin. Otis Rush staat zijn plaats graag af aan een aardig oudje (Sit down baby) en voor George Gershwin is er nu even geen plaats: Oh, I can't sit down.

Ook opvallend is hoeveel muzikanten er zo maar boven op de wereld zijn gaan zitten. Buddy Moss zit er bijvoorbeeld (Sitting On Top Of The World), net als de Mississippi Sheiks (Sitting On Top Of The World), maar ook Ronnie Earl heeft er een stoel weggezet: Sitting On Top Of The World. De heren van The Cream hebben er een driezittertje (Sitting On Top Of The World) en Kevin Coyne heeft er een schommelstoel staan: Sitting On Top Of The World.

Maar niemand zit daar natuurlijk net zo lekker als Howlin' Wolf: