dinsdag 16 april 2013

83. Licht op groen! Hoe Nederland weer een blij en fijn land wordt...

 
Eindelijk! Eindelijk!! Eindelijk!!! Na al die loodzware crisisjaren boordevol grauw en grijs en ellende en armoede en bijstand en bezuinigingen en ontslagen en werkeloosheid en nog meer bezuinigingen en nog minder vaak op vakantie en Europa dat gebukt gaat onder stoute banken en steeds vaker naar de Aldi en weer een financiële tegenvaller en overal protesten en extra bezuinigingen en allemaal de broekriem aanhalen en ontslagen en foute graaiers en steeds meer werkeloosheid en steeds minder over-de-datum-aanbod in de voedselbanken en forse accijnsverhogingen en 21% btw en weer afnemend consumentenvertrouwen en voortdurend dalende huizenprijzen en veel te hoge bonussen voor wanprestaties... kunnen we eindelijk, of liever moeten we nu echt maar eens ophouden met dat vervelende somberen. Zag je die Mingelen in Nieuwsuur? Wat is dat een tenenkrommende mopperpot! Echt echt echt nèrgens meer voor nodig! Lach toch eens, man! Wat sommige pessimistische kruideniers ons al die jaren aangepraat hebben, valt gewoon hartstikke bijzonder mee. Het gaat zo maar 
opeens hele stukken beter. Van de ene dag op de andere is er een fijn stukje optimisme aan de horizon. Lekker toch? Er gloort hoop en niet zo'n beetje ook. Het gras groeit. Het bos leeft op. Nederland kleurt heerlijk groen. We mogen, nee, we moèten weer vertrouwen hebben. En wel nù! Want alles wordt als vanouds. Dus niks geld oppotten, waarom zou je? Gewoon uitgeven. Koop gewoon die auto! Het valt straks toch weer met bakken uit de hemel. 
Moeten we dit zo maar geloven en het "deken van negativisme wegtrekken"? Is er echt zo'n baanbrekend "historisch" sociaal akkoord gesloten? Staat het licht helemaal op groen? Wat zouden mijn deskundigen hiervan zeggen? Ik vroeg een select groepje zingende topeconomen om helder en objectief commentaar op het o zo heerlijke, frisgroene gevoel van onze altijd vrolijke MP:

Jackie McLean ziet het helemaal zitten (Cool green) en John Scofield haalt alvast wat groene gezelligheid in huis: Green tea. Donald Byrd verwacht een lange, groene periode (Long green), maar Alela Diane is meer geïnteresseerd in een mooi groene bowlingbaan: Bowling green. Voor Ryan Adams (Evergreen) en Faithless (Evergreen) is het altijd groen wat de klok slaat.Volgens Po' Girl is het nu al tijd om te oogsten: Green apples.


Erykah Badu is bang voor een tunnelvisie (Green eyes) en ook Billy Cobham waarschuwt voor te groot optimisme: Moon Ain't Made of Green Cheese. America denkt dat ons zand in de ogen wordt gestroooid door een Green Monkey. Booker T & The MG's vindt dat we ons geen knollen voor citroenen moeten laten verkopen: Green onions. Johnny Cash (Forty shades of green) en Miles Davis (Blue in green) plaatsen een aantal kanttekeningen.

Elvis Costello is zo blij dat hij direct iets groens aantrekt (Green shirt) en het valt Nelly Furtado op dat het gras inderdaad niet langer blauw is: The grass is green. Dat hadden de Outlaws al lang gezien: Green grass & high tides. De Creedence Clearwater Revival ziet het groen bij Lobith ons land binnenkomen: Green river, maar Emancipator heeft er geen enkele fiducie in: Nevergreen. Furry Lewis wil best een handje helpen (I will turn your money green) en Steely Dan heeft het Groene Boekje weer eens te voorschijn gehaald: Green book.

Lucinda Williams zet iemand die eerst het een zegt en dan
 het ander het liefst meteen de deur uit, recht het groen in:


maandag 15 april 2013

82. De ontwikkeling van Bill Callahan

De Amerikaanse singer-songwriter Bill Callahan (1966) timmert al sinds 1988 aan de weg. Nou ja, timmeren... met een zeer bescheiden hamertje, want Callahan is niet iemand die al zijn gereedschap uit de kast haalt om wereldberoemd te worden. Hij doet eerst en vooral wat hij zelf het liefst wil doen en kijkt dan wel of het in de smaak valt. Dat gebeurt gelukkig steeds vaker, want hij past zó in het rijtje Bonnie Prince Billy, Jason Molina, Captain Beefheart en nog zo'n paar authentieke, eigenzinnige muziekmakers. Bill Callahan begon thuis op zijn zolderkamer met het opnemen van experimentele folk op cassettebandjes en twee jaar later verscheen zijn eerste album: Sewn to the Sky. Een tamelijk rommelige, thuis met primitieve middelen opgenomen plaat. Ook zijn tweede en derde plaat waren in mijn oren niet echt om over naar huis te schrijven, maar daarna werd het mooier en mooier. Het experimentele karakter (vaak aardige probeersels die toch niet echt bleven hangen) maakte langzaam plaats voor rustiger, ingetogen werk met prachtig vervreemdende teksten vol melancholie en zwarte humor. Verschenen zijn eerste twaalf albums nog onder de naam Smog, sinds 2007 komt hij er gewoon voor uit dat hij Bill Callahan heet. Maar al sinds 2005, met 'A River ain't too much to love', heeft hij (in ieder geval voorlopig) zijn draai gevonden.    

Onder de naam Smog
Sewn to the Sky (1990) - Disgust
Forgotten Foundation (1992) - This insane cop
Julius Caesar (1993) - Your wedding
Wild Love (1995) - It's rough
The Doctor Came at Dawn (1996) - Spread your bloody wings
Red Apple Falls (1997) - Blood red bird
Knock Knock (1999) - River guard
Dongs of Sevotion (2000) - Devotion
Rain on Lens (2001) - Dirty pants
Accumulation: none (2002) - White ribbon
Supper (2003) - A guiding light
A River Ain't Too Much to Love (2005) - Say valley maker

Onder eigen naam
Woke on a Whaleheart (2007) - Sycamore
Sometimes I Wish We Were an Eagle (2009) - Jim Cain
Rough Travel for a Rare Thing (2010) - Held
Apocalypse (2011) - Riding for the feeling

Cat Power coverde Callahan's song "Bathysphere" op haar album What Would the Community Think. Smogs "Cold Blooded Old Times" was de titeltrack van de film High Fidelity, naar het boek van Nick Hornby. En nu eens even zien hoe hij het er live van afbrengt:  





zondag 14 april 2013

81. What's in a name?


De zo ontwapend lachende man hiernaast heet ook wel De Zingende Kraandrijver. Sommigen noemen hem Lee Towers. Anderen The Voice of Rotterdam. Maar eigenlijk heet hij heel gewoontjes Leen Huijzer. Alsof dat al niet mooi genoeg is. Toch is Leen niet de enige absolute topartiest die zich verlegen achter een andere naam verstopt. Will Oldham kan er bijvoorbeeld ook wat van. Die trad en treedt ook nog op onder de naam Palace, Palace Brothers, Palace Music en Bonnie Prince Billy. Bill Callahan noemde zich eerder (Bill en Doc) Smog. Mark Kozelek deed en doet het ook als de Red House Painters en Sun Kil Moon. En Jason Molina is behalve onder zijn eigen naam terug te vinden onder Songs: Ohia en Magnolia Electric Co. Leen is dus bepaald niet alleen. Maar nu we het toch over naamgeving hebben... je komt nogal wat vreemds tegen als je even in je digitale platenkast kijkt. Zeker als je er gewoon Nederlands op loslaat. Zo stuitte ik onder meer op:  

De Voorbij Rijdende Vrachtwagenchauffeurs met Papa's kopje
De Eenzame Zonsondergang met Laat mijn geld alleen
De Koninginnen uit het Stenen Tijdperk met Zustertje
Het Knappe Gezin met Alweer gewichtloos
Het Pinguin Cafe Orkest met Achterin een taxi
De Gillende Bomen met Vlinder
Verkeer met Gat in mijn schoen
Professor Langhaar met Kale kop
De Zachte Machine met Red jezelf
Terug Naar Voor Altijd met De romantische strijder
De Schemerlicht Zangers met Veren
Klein Kunststukje met Dikke man in de badkuip
De Paarse Ondergrond met Doffe blauwe ogen
De Jammerende Zielen met Helemaal alleen

En tot slot gaat Kapitein Rundvleeshart iets heel behartigenswaardigs voor ons zingen:


zaterdag 13 april 2013

80. Wie dit leuk vindt, mag het zeggen

'Leuk'. Wat is dat toch een nikswoord. Net zoiets als 'gezellig'. Of als 'passie'. En net zo vaag en ondefinieerbaar als wanneer iemand op een feestje tegen je zegt: "Haal voor mij maar eens iets lekkers". Dat is hetzelfde als bij de bakker vragen: "Mag ik een brood?" Of in de dierenwinkel: "Meneer, kan ik een dier van u kopen?" Als bakker of meneer van de dierenwinkel kun je daar niets mee. Maar we dwalen af. Want het ging om: Wat is nou precies leuk? En vindt iedereen dat dan ook leuk? Is Guido Weyers bijvoorbeeld leuk? Of Tineke Schouten? Er zijn mensen die hen heel erg leuk vinden. Dus niet sterk of scherp of raak (daar hebben ze wel weer gelijk in, eigenlijk), maar gewoon heel erg leuk. Er zijn ook mensen die Toren C of Erik van Muiswinkel of Theo Maassen niet zo heel erg leuk vinden. En ook niet sterk of scherp of raak (daar hebben dan weer geen gelijk in, eigenlijk). Ja, zo gaan die dingen en er is helaas niets aan te doen. Dus het is nu wel mooi geweest. Ik hou erover op. Dit is trouwens alweer de 80ste pagina van deze blog. Maar of dat nou zo leuk is? Nou, zelf vind ik het toevallig wel leuk.Wie dat ook vindt, mag het hieronder best even laten weten. Uit mijn digitale muziekcollectie regent het intussen al complimenten, hoewel... niet van iedereen:

The Black Keys zien er de lol niet van in (No fun), net zo min als Linton Kwesi Johnson: It noh funny. Ook James Hunter kan er niet om lachen (It ain't funny) en Ryan Adams doet maar alsof: Pretending's fun. Voor Commander Cody is het simpelweg te leuk allemaal: Too much fun. En The Cramps voelen zich toch een beetje beetgenomen: Don't get funny with me.

Gelukkig hebben we nu de zeurpieten wel gehad, want Robert Palmer lacht zich altijd een bult: How much fun en ook Sly Stone vindt het heel grappig: Fun. John Barry heeft er zelfs de hele stad mee aan het lachen gekregen: Fun city. The Birthday Party heeft er een lollige stijlfiguur in ontdekt: Figure of fun. En de altijd buitengewoon serieuze Ray Charles kan er zelfs enigszins om glimlachen en gaat dan weer over tot de orde van de dag: Funny but I still love you.

Jimmie Vaughan gaat er zo in op dat hij de tijd helemaal vergeet (Funny how time slips away) en Van Morrison krijgt er een vrolijk gezicht van (wat je bij hem niet zo vaak ziet): Funny face. Billie Holiday vindt sommige dingen heel leuk omschreven: He's funny that way. Cat Power ziet er de pure humor wel van in (Good clean fun) en ook Jonathan Richman leest deze blog wel eens, maar niet omdat hij er ook maar iets van opsteekt: Just for fun.

Voor de Beach Boys is deze blog gelukkig een en al plezier:
Kun je dit filmpje niet meteen openen? Klik dan hier



vrijdag 12 april 2013

79. Willard Grant Conspiracy: Cale, Cash, Cave en ook weer niet


Ik ken iemand die beweert dat er na de glorietijden van Steely Dan en Ry Cooder geen mooie muziek meer is verschenen. Dat verbaast me. En ik ken ook iemand die alleen maar wil luisteren naar muziek van voor 1316 of zoiets. Gek is dat. Behalve een tunnelvisie bestaat er dus nog zoiets als een tunnelgehoor. Nooit meer openstaan voor een nieuw geluid. Als je niet verder luistert dan 1316, ben je natuurlijk reddeloos verloren. Die slag haal je nooit meer in en dan lees je dit trouwens niet eens. Maar voor wie in de jaren 80 van de vorige eeuw is afgehaakt, is gezond herstel misschien nog mogelijk. Zet dan bijvoorbeeld eens iets op van Willard Grant Conspiracy. Lijkt voor geen meter op Ry Cooder of Steely Dan, maar móói!  

Willard Grant Conspiracy is een collectief van zo'n dertig muzikanten onder aanvoering van Robert Fisher. Hij is de zanger en het enige vaste bandlid. De andere leden leveren af en toe hun bijdragen. Het kan gebeuren dat Fisher live of in de studio alleen aantreedt, maar hij kan ook worden begeleid door een, twee of meer bandleden. Zo gaat het voor niemand vervelen. 
Stem, muziekstijl en  onderwerpen hebben wel iets weg van die van zowel John Cale als Nick Cave. En als Fisher solo speelt je wel eens Johnny Cash even doorklinken. Maar ook weer niet, want uiteindelijk heeft Willard Grant Conspiracy toch een onmiskenbaar en desolaat eigen geluid. De begeleiding is meestal vrij kaal, de teksten zijn somber en erg dansbaar is het ook niet bepaald. Maar in die context komt de diepe stem van Robert Fisher juist extra uit de verf. Van Willard Grant Conspiracy verschenen tot nog toe tien cd's:

Flying Low (1998) - Evening Mass
Mojave (1999) - How to get to heaven
The Green, Green Grass Of Slovenia (2000) - The work song
Everything's Fine (2000) - Notes from the waiting room
Regard The End (2003) - The ghost of the girl in the well
From A Distant Shore: Live In The Netherlands (2004) - The trials of Harrison Hayes
At Rockpalast - Crossroads (2004) - Another man is gone
Let It Roll (2006) - Distant shore
Pilgrim Road (2008) - Painter blue
Paper Covers Stone (2009) - Preparing for the fall


Dit is een live-uitvoering van River in the pines, met band en opgenomen in 2004:

donderdag 11 april 2013

78. Wat ben jij een ontzettende smeerkees zeg!

"Gatverdegetver, hoe vies kun je zijn. Bah bah, zoiets smerigs heb ik nog nooit gezien. Ik moet er gewoon keihard van kotsen. Eèèèhhhh, moet je nou kijken, joh! Heb jij dat allemaal gedaan? Helemaal in je eentje? Jasses, had je niet wat beter kunnen richten! Daar ga ik dus mooi niet op zitten. Wie weet wat er allemaal nog meer ligt. En dat? Wat is dat? Nee hè, hoe komt al die viezigheid op de grond? Nee, shit, nee, blijf alsjeblieft een beetje uit mijn buurt. Want wat ben jij toch een ontzettende smeerkees, zeg. O nee, het lijkt wel... braak!"   

Dit zou zo maar kunnen gaan over een lichtelijk doorgeslagen rockmuzikant en een teleurgestelde fan in een met enig geweld verbouwde hotelkamer. Zulke muzikanten schijnen er nogal wat te zijn. Maar in mijn keurig ingerichte, digitale platenkast zijn ze gelukkig niet te vinden. Daar veroordelen ze alles wat vies en voos is.   


Captain Beefheart bijvoorbeeld vindt Blauwe Gene maar een viezerik (Dirty blue Gene) en Faithless roept ook Dirty ol' man tegen hem, net als Neil Young: Dirty old man. Joss Stone vindt hem niet oud, maar wel vies: Dirty man. Frankie Lee Sims heeft daarnaast iets op zijn kleren aan te merken: Raggedy and dirty. Jimmie Vaughan durft Blauwe Gene zelfs een vies meisje te noemen: Dirty girl.

Johnny Cash heeft een innige haat/liefde-verhouding meet zijn vieze, ouwe hond (Dirty old egg sucking dog) en Stevie Ray Vaughan maakt zich vooral druk over zijn vieze zwembad: Dirty pool. Lou Reed windt zich behoorlijk op over al het zwerfvuil op straat (Dirty Blvd). Rod Stewart vindt de hele stad smerig (Dirty old town) en volgens Howard Roberts zit er zelfs een luchtje aan bepaalde muzieksoorten: Dirty old bossa nova.

Vies werk is ook niet bijster populair. Niet bij de Fabulous Thunderbirds (Dirty work) en niet bij Steely Dan: Dirty work. Clarence Gatemouth Brown heeft vooral een hekel aan vies werk op kruispunten: Dirty work at the crossroads. Bill Callahan is bang dat hij er een vieze broek van krijgt Dirty pants. Jay Munly wil niet dat Haggie tijdens het werken haar jurk besmeurt: Haggie Hennies almost dirty dress.

Fairport Convention treft in hotels regelmatig Dirty linen aan en ook Inara George is het opgevallen dat witte lakens lang niet altijd schoon zijn: Dirty white. Los Lobos ziet wel eens ongewassen engelen (Angels with dirty faces) en Timbuk3 vindt rijst echt super ultra vies: Dirty dirty rice. Maar Frank Zappa is bepaald niet vies van Dirty love.

Woven Hand houdt niet zo van blauw. Wordt toch als tamelijk voos ervaren:




woensdag 10 april 2013

77. Vandaag ligt Ethiopië helemaal in Zwitserland

Het klinkt misschien vreemd en absurd, maar met Zwitserland heb ik niet zo heel veel. Ik ben niet zo dol op koekoeksklokken, ben ook niet zo'n fan van Roger Federer, houdt niet zo van jodelen, wordt niet opgewonden van alpen en waldhoorns, hoef niet zo nodig een zwitsers zakmes, kan het Zwitserduits niet zo goed volgen en heb niet één plakje Zwitserse kaas in huis. Maar waar ik wel een heerlijk zwitserlevengevoel van krijg, is het Imperial Tiger Orchestra. Dat is namelijk niet-Zwitsers goed. Als je dat hoort, is het net of Ethiopië ergens tussen de Alperschällihorn en de Klein Fiescherhorn ligt.

Je hebt natuurlijk al de Ethiopische maestro Mulatu Astatke (Yegelle Tezeta) die iets doet met de Engelse Heliotronics. Dat is zeker de moeite waard, maar er zit toch ook een wat al te bedacht luchtje aan. Zoiets als het Brodsky Quartet dat in een moeite Björk en Elvis Costello doet. Dan wordt het meer Heliotronics dan Astatke. Lijkt me niet helemaal de bedoeling. Dus tsja, die Astatke & Heliotronics is een twijfelgeval. Dat twijfelgeval bekruipt je (nou ja, me) niet bij het luisteren c.q. kijken naar het Imperial Tiger Orchestra. Dat voelt als oprechte liefde voor de rijke, Ethiopische muziek. De naam Imperial Tiger Orchestra verwijst overigens naar de 'Imperial' bodyguards van keizer Haile Selassie van Ethiopië en de 'Tiger in Africa'-sketch van Monty Python. En tot vandaag de dag zijn er drie stuk voor stuk heel sterke albums verschenen:


Addis Abeba (2010) - Selam Temagwet
Mercato (2011) - Lale
Ethio Event (2012) - Emnete

En live is het een groot, swingend Zwitsiopisch feest.
Het is dan wel geen Mulatu Astatke, maar toch...