dinsdag 19 maart 2013

55. Ebo Taylor: ruim 50+ maar nog lang niet van die partij

De muziek van de Nigeriaanse saxofonist, componist, arrangeur en bandleider Fela Kuti is in de westerse wereld wijd en zijd bekend. Die van gitarist, componist, arrangeur en bandleider Ebo Taylor, zijn Ghanese 'tegenhanger', een stuk minder. Wel begrijpelijk (Fela Kuti maakte veel meer 'rumour around the brand'), maar ook jammer, omdat hij absoluut meer aandacht verdient. Bij deze dus.

Ebo Taylor is inmiddels 76 jaar jong, met de nadruk op jóng. Want als al die ontevreden 50+-ers hier even fris en fruitig door het leven zouden gaan, zou de oudjespartij van Henk Krol de kiesdrempel nooit gehaald hebben. Hij is tijdens zijn 55-jarige (!) carrière van groot belang geweest voor de ontwikkeling van de Ghanese afrofunk en highlife en heeft een heel eigen stempel gedrukt op de muziek van dat land. Daar was (en is) hij ook wereldberoemd, maar een internationale doorbraak bleef vele jaren uit. Tot hip-hop producers zijn oude platen ontdekten en er samples van gebruikten.

 Dat leidde in 2010 tot een prachtig studio-album voor de westerse maarkt vol jazz, funk, afrobeat, highlife en traditionele Ghanese muziek, waarmee hij ook buiten zijn vaderland erkenning kreeg:


 Love and Death met o.a. Nga Nga

Dat smaakte naar meer en dus volgde vorig jaar een al even mooi tweede studio-album:
 Appia Kwa Bridge met o.a. Nsu Na Kwan

In 2011 verscheen ook een dubbel-cd met ouder werk van Ebo Taylor uit de jaren 70 en 80:
Life Stories met o.a. Atwer Abroba


  Hoe stevig en vitaal hij vandaag de dag klinkt.
kun je hier met eigen ogen zien en eigen oren horen:
Kun je dit filmpje niet meteen openen? Klik dan hier

maandag 18 maart 2013

54. Die duivelse muziek toch... het blijft oppassen!

Gisteren de Lord, vandaag zijn tegenhanger... de Duivel. Ook die bestaat. Tenminste als je de dames en heren muzikanten in mijn digitale collectie mag geloven. Hij zit in alle hoeken en gaten en kan zo maar, hup, tevoorschijn komen. Meestal niet in zijn ware gedaante, maar onherkenbaar verkleed. Als een heel gewoon gezellig mens, bijvoorbeeld (want hij draagt niet altijd Prada). Of als die iets te verleidelijke drankfles. Of als onweerstaanbaar aantrekkelijke dame. Hij kan ook super stiekem in liedjes zitten. En dan opeens meedogenloos toeslaan. Zoals het een echte, door en door slechte duivel betaamt. Dus pas op met wat je draait. Vooral 's nachts als het donker is, ben je niet veilig. Voor je de kans krijgt, heeft-ie je stevig te pakken. Dan ben je slap, weer- en willoos en gebeuren er dingen, waar je je niet tegen kunt verzetten. Handig is dan weer wel, dat je helemaal nergens spijt van hoeft te hebben. Niks aan te doen, want It must have been the devil (Jack Owens). En is de duivel in het spel, nou dan weet je het wel...

The Louvin Brothers hoef je niets wijs te maken. Die weten precies waar de duivel de mosterd haalt: Satan is real. The Gun Club heeft er ook een ontdekt (Devil in the woods) en Nick Cave schrok zich een hoedje: Up jumped the devil. Emancipator is voor de duvel niet bang, tis maar een oud beestje: Old Devil. En Frank Sinatra heeft diezelfde ouwe duivel op de maan zien lopen: Old devil moon. De Twilight Singers hebben er nog nooit een gezien (Never seen no devil) en de Stones vinden hem eigenlijk wel aardig: Sympathy for the devil.

Robert Johnson heeft een pact met hem gesloten (Me and the devil blues). Laura Marling (Devil's spoke) en Magnolia Electric Co (Talk to me devil again) zijn helemaal in de ban van zijn stem. John Martyn zou er zelf een kunnen zijn: I'd rather be the devil. Max Romeo is voor de duvel niet bang (I chase the devil) en Sonny Boy Williamson I doet er zelfs zaken mee: I' Been Dealing With The Devil. Frankie Miller heeft zijn pistool even geleend: The devil gun.

Willy DeVille is van plan om iets heel stouts te gaan doen: I'm gonna do something the devil never did. De Palace Brothers willen graag dat de duivel zijn handen thuis houdt (Idle hands are the devils playthings) en Gillian Welch voelde zijn hete adem in haar nek: The devil had a hold of me. Thelonious Monk twijfelt nog tussen zwemmen en op bezoek gaan bij de duivel: Between The Devil And The Deep Blue Sea. En Miles Davis denkt "Laat dat de duivel maar uitzoeken": Devil may care.

Tsja, en dan die duivelse meisjes hè... Tim Buckley keek er een recht in de ogen en was meteen verkocht: Devil eyes. The Clovers twijfelen nog wie ze zullen kiezen (Devil or angel), maar Lonnie Johnson heeft zijn keuze al gemaakt: She devil. Charles Mingus trouwens ook: Devil woman. Beth Orton durft zo maar een duivels liedje te zingen (Devil song) en The Cramps kennen geen medelijden: Burn, She-Devil, Burn.

Gelukkig ziet Placebo overal een duivels genoegen in:

Kun je dit filmpje niet meteen openen? Klik dan hier

 

zondag 17 maart 2013

53. Het is zondag. Hij zij geloofd en geprezen

Dit zondagse stukje gaat niet over de nieuwe paus. Daar is al genoeg over geschreven de afgelopen dagen. En hij moet zich eerst maar eens bewijzen. Het is nog een beetje te vroeg om hem nu al de maat te nemen. Maar hoop is er wel trouwens. Hij heeft immers scheikunde gestudeerd en weet daarom vast ook veel over de chemie tussen mensen. Alles wat er schots en scheef zit in de katholieke kerk zou door hem dan ook snel weer keurig rechtgezet kunnen worden. Als dat lukt, mag hij hier komen optreden. Beloofd is beloofd. Maar nee dus, want ik dwaal af, dit stukje gaat over iemand anders. Over hem die ons vanuit hoog in de lucht scherp in de gaten houdt. Is it Zeus? Is it Wodan? Is it Jupiter? Holy shit no! It is de Opperbaas. De Paus der Pausen. A warm welcome to the Lord Himself! Hallelujah! 

De man met de baard wordt uitbundig geloofd en geprezen in mijn digitale platenkast. Luister maar eens naar Nick Cave (Oh my Lord) en John Fahey (I'm Gonna Do All Can For My Lord). Ook Kenny Garrett heeft wel een zwak voor Hem: Dear Lord. En Sergei Rachmaninov gaat zelfs helemaal uit zijn dak Bless the Lord, O my soul.

Johnny Cash is Hem bijzonder dankbaar voor alles wat hij gekregen heeft (Why me Lord) en de Palace Brothers willen Hem best even komen helpen als Hij het niet alleen af kan: O Lord are you in need? Joy Division (Day of the Lords) en Sixteen Horsepower (Day of the Lords) willen niet alleen een gewone Vaderdag, maar ook een Heilige Vaderdag. George Friedrich Händel heeft er het volste vertrouwen in dat met hulp van Hem alles goed komt: The Lord gave the word.

Toch heerst er ook onrust in de collectie. Donny Hathaway zou graag zien dat Hij een handje toestak: Lord help me. Cat Power zou het fijn vinden als Hij niet alleen naar de Quote 500 keek (Lord, Help The Poor & Needy) en de Red House Painters vragen Hem om een pleister: Lord kill the pain. The Doors willen Hem al biddend een petitie aanbieden (Petition The Lord With Prayer) en Hellwood zegt wel dank U wel, maar bedoelt het tegenovergestelde: Thank you Lord.

Bestaat er ook angst voor Hem? O ja. Sonny Boy Williamson I kruipt door het stof: Lord, Oh Lord Blues, net als Blind Willie McTell: Lord Have Mercy If You Please. Charlie Patton is compleet van slag (Lord I'm Discouraged), Tom Waits bezweert Hem dat hij nu echt helemaal veranderd is (Lord, I've Been Changed) en Henry Purcell vreest donder en bliksem: Lord, How Long Wilt Thou Be Angry.

En het blijft altijd mooi om te zien en te horen
 hoe God zelf iets met zijn gitaar doet voor de Lord:  

zaterdag 16 maart 2013

52. Niemand zong Fever zo mooi als Little Willie John

Oud is hij niet geworden, Little Willie John. Hij overleed in 1968 op 31-jarige leeftijd aan een longonsteking in de Washington State Penitentiary. Anders dan tijdgenoten als Sam Cooke of James Brown is hij niet bekend gebleven bij het grote publiek. Maar hij heeft wel een paar regelrechte klassiekers op zijn naam staan en zijn invloed op latere soul- en R&B-muzikanten is groot geweest. 
William Edward John werd in 1937 geboren in Arkansas en kwam uit een gezin met tien kinderen. Met zijn oudere broers en zussen vormde hij een gospel zanggroepje, maar hij deed ook wel eens mee aan een talentenjacht. Daar werd hij in 1955, op 18-jarige leeftijd, ontdekt door Johnny Otis en King Records-baas Henry Glover.
Voortaan ging hij als Little Willie John door het leven, uiteraard omdat hij nogal aan de kleine kant (1.63 m) was. In datzelfde jaar verscheen zijn eerste single All Around the World en dat werd een behoorlijk hit.

Maar tijdlozer en veel bekender, want nog altijd op het repertoire van hedendaagse muzikanten, werden de opvolgers: het diepgevoelde Need Your Love So Bad (geschreven door zijn broer Mertis) en het zinderende Fever. Een greep uit de talloze Fever-covers:

Fever door Peggy Lee
Fever door Van Morrison
Fever door Broek Springtiet
Fever door Southside Johnny
Fever door Elvis Presley

En ook met "Talk to Me, Talk to Me", "I'm Shakin'", "Suffering With The Blues" en "Sleep" scoorde hij behoorlijk in de hitlijsten. Maar helaas was Little Willie John niet alleen nogal aan de drank, maar ook nogal snel aangebrand. Dat betekende het vroegtijdige einde van een veelbelovende muziekcarrière. In 1964 stak hij iemand neer, waarna hij in de Washington State Penitentiary belandde. Hier overleed hij in 1968. Over de doodsoorzaak bestaat twijfel: longontsteking of hartaanval.

James Brown nam dat jaar een tribute album voor hem op: "Thinking About Little Willie John And A Few Nice Things". Later werd hij ook nog gecoverd door de Beatles (Leave my kitten alone), Fleetwood Mac (Need Your Love So Bad) en The Blasters (I'm Shakin'). En recentelijk maakte Mark Lanegan een mooi nummer over hem: Like Little Willie John. Maar door het grote publiek is hij vergeten.

Van Little Willie John zijn geen levende beelden beschikbaar, maar we moeten
 zoals altijd wel live afsluiten. Gelukkig is er een leuk Fever-filmpje. Dat scheelt.

Kun je dit filmpje niet meteen openen? Klik dan hier

vrijdag 15 maart 2013

51. Wordt er nog wel gelezen in de muziek?

Sopraansax spelen of op een conga timmeren en tegelijk een goed boek lezen is ingewikkeld. En als je na afloop van een concert leeg en uitgeput in de tourbus zit op weg naar een volgende 'gig', is het ook vrij lastig om nog even geconcentreerd een stukje Proust of Joyce tot je te nemen. Een niet al te moeilijk stripverhaal met weinig tekst lijkt dan het hoogst haalbare. Maar toch... even op onderzoek uitgeweest in de digitale platenkast en het valt 100% mee. Mogelijk dat de rust van de hotelkamer enige soelaas biedt. Want er wordt nog wel degelijk naar een boek gegrepen in de muziekwereld. Al is het niet allemaal wereldliteratuur wat de klok slaat:

De favoriete lectuur van Weather Report is Jungle Book en Willy DeVille is dol op beeldende liefdesverhalen: Storybook love. Skip Spence (Books of Moses) en Tom Waits (Books of Moses) zoeken het in bijbelse sferen. En Lou Reed wordt het liefst door het boek voorgelezen in plaats van andersom: Talking Book. Fairport Convention heeft zelfs een liedje aan het boek gewijd: Book song. 

The Monotones hebben een liefdesboek te pakken, maar weten niet van wie: Who wrote the book of love? Aretha Franklin houdt niet zo van Vijftig tinten grijs, maar wel van kleuren: My colouring book. En de heren van Dr. Feelgood en scheuren er gewoon steeds een bladzijde uit: Cheque Book.Walter en Donald hebben het aloude rode boekje ingeruild voor een groen exemplaar: Green Book.

Paul Weller neemt meestal een koffer vol boeken mee als hij de deur uitgaat (All good books), maar Jim White leest alleen boeken over engelen: Book of angels. Duke Ellington leest samen met John Coltrane een heel klein bruin boekje: My little brown book. Ludovico Einaudi zit meestal half slapend te lezen (Nightbook) en Neil Young rept na elke tournee linea recta naar de boekwinkel Bookstore Rap.

Maar het bekendste boekenlied uit de tegenwoordige tijd is ongetwijfeld
het door Willie Dixon geschreven en hier door Bo Diddley uitgevoerde:






donderdag 14 maart 2013

50. Ach, wat kan jou 't schelen?

"Ja, duhhh... waarom zou je je druk maken, zeg? Mooi niet. Wat doet het er allemaal toe? Toe nou joh, je kunt wel zoveel willen. En je kunt er toch niets aan veranderen. Trouwens, iedereen heeft wel eens wat. Dus wat kan jou dat nou schelen? Niemand die ermee zit, hoor. Waarom jij dan wel? Daar schiet je echt helemaal niets mee op. Je wordt er alleen maar moe van. Ieder huisje heeft zijn kruisje. Heb je soms niets beters te doen? Wees toch gewoon blij met wat je hebt. Pluk de dag. Ga lekker shoppen. Neem het ervan. Genieten maar. Nu kan het nog. Want voor je het weet, ben je oud. Toch? En dan ga je vanzelf net zo klagen en jammeren als die zingende zeurkousen hieronder. Moet je nou eens horen...

"Neem nou Arthur Alexander met z'n You don't care. Waarom moet iemand anders dat doen? Hij kan toch best voor zichzelf zorgen? En dan dat geklaag van die Be Good Tanyas (Nobody cares for me) en van zo'n John Mellencamp (No one cares about me). Of van Placebo: You Don't Care About Us. Daar zakt je broek toch van af? En helaas Irma Thomas met je Wish Someone Would Care... zij die vragen, worden lekker overgeslagen. Ha ha!"

"Dan heb je natuurlijk de zeurtypes die op je gemoed gaan spelen. Wel 's van ene Linda Perhacs gehoord? Nee? Mooi. Houden zo. Moet je luisteren: Hey, Who Really Cares. Maar die eikel van een Robert Cray kan er ook wat van: Don't You Even Care. Of Jay Munly: Who Will Care For Mother Now? Ons een schuldgevoel aanzingen hè? Brrrr".

"En getsie, net zo erg, de twijfelaars en de bemoeials. De broertjes Everly met hun I Wonder If I Care as Much of Dillard & Clarke die het niet alleen af kunnen: With care from someone. Zo'n Dr. John (Careless Love), die dus gewoon nòòit tevreden is. En Take care! roepen zij van Yo La Tengo. Nou, alsof je dat niet zelf mag bepalen. Richard Thompson bemoeit zich echt overal mee: Take care the road you choose. Of zo'n OV Wright... kan dan wel mooi zingen, maar wat een opdringerig iemand zeg: I'll Take Care Of You".  

"Gelukkig zijn er nog een paar muzikanten die zich nergens druk over maken. Tracey Thorn (Simply couldn't care) doet tenminste niet moeilijk. Net zo min als Jimmy McCracklin, die vindt dat iedereen het maar lekker zelf moet uitzoeken: Take Care of Yourself. En ook Loudon Wainwright (I Don't Care) en Three Days Grace zijn echt mannen naar mijn hart. Niet mekkeren, maar de beuk erin. Heerlijk!"
 

Kun je dit filmpje niet meteen openen? Klik dan hier

woensdag 13 maart 2013

49. Het is hoog tijd voor Otis Taylor in topvorm

En dan schakelen we nu over naar Denver, Colorado. De plaats waar Otis Taylor is opgegroeid. Hij heeft zojuist een nieuw prachtalbum bij elkaar gespeeld. Zijn 13e (!) inmiddels. Maar dertien is in dit geval bepaald geen ongeluksgetal. Want "My world is gone" is topkaliber. Absoluut een van zijn beste. Veel meer ga ik er hier niet over zeggen. Luister zelf maar. Wel iets meer over Otis Taylor zelf en wat hij zoal gemaakt heeft.
Dat is niet niks. Otis Taylor (63) is een multi-instrumentalist. Hij begon als kind met banjo, maar speelt ook gitaar, mandoline en harmonica. Hij is op muziekgebied een typische combinatie van body & soul. Hard, gespierd en stevig, maar tegelijk doorleefd, puur, authentiek, realistisch en zeer maatschappijkritisch (maar godzijdank zonder hinderlijk te gaan zeuren). Je kunt bovendien moeilijk stil blijven staan, als je hem bezig hoort. Dat zegt ook wel iets. En zijn stem doet me heel in de verte denken aan Taj Mahal in zijn betere dagen.  

Otis Taylor debuteerde in 1996 met 'Blue-Eyed Monster' en sinds 2001 is er vrijwel elk jaar wel iets moois van hem verschenen.Van alles een representatief stukje, want ook in dit geval zegt de muziek zelf meer dan alle woorden die je eraan wijdt:


Blue-Eyed Monster (1996) - Odie's train time
When Negroes Walked the Earth (1997) - Cuckoo
White African (2001) - My soul's in Louisiana
Respect the Dead (2002) - Put your hands on your stomach
Truth Is Not Fiction (2003) - Nasty letter
Double V (2004) - Plastic spoon
Below the Fold (2005) - Mama's got a friend
Definition of a Circle (2007) - Love and hesitation
Pentatonic Wars and Love Songs (2009) - Young girl down the street
Clovis People, Vol. 3 (2010) - Little Willie
Contraband (2012l) - Look to the side
 
Bijzonder is Recapturing the Banjo (2008), waarop hij samen met onder anderen Keb' Mo' en Guy Davis een geslaagde poging doet om te laten horen dat de banjo van oorsprong een Afrikaans instrument is. Door het bluesblad Down Beat verkozen tot "Blues CD of the Year, 2008." En terecht. Luister maar eens waarom: Ran so hard the sun went down.

En dan nu geen woorden meer, maar muzikale daden. Otis Taylor aan het werk:


En tot slot "Blue rain in Africa" van de nieuwe My World Is Gone (2013). Prachtig!